start.

geschiedenis.

organisatie.

agenda.

activiteiten.

jeugdwerk.

meditatie.

gebouwen.

gebruik.

fotoalbum.

restauratie.

contact.

links.

beleidsplan.

anbi kerk.

anbi diaconie.

KERK LANGWEER
meditatie

Meditatie

 

 

Land van melk en honing


Wij hebben een piepklein rond caravannetje gehuurd waarmee we dit jaar naar het zuiden gaan trekken nu het Corona weer mag. Als we bij een knooppunt van snelwegen komen, zal ik aan Selma vragen: “Waar gaan we naar toe? Hier rechtsaf, linksaf of rechtdoor?” Selma zal dan door de autoruit naar buiten kijken. Als er in het Westen veel wolken zijn en in het Oosten niet, zal ze naar het Oosten wijzen en zeggen: “Die kant op!” Zo deden we het vroeger toen we met onze Lelijke Eend uit kamperen gingen en zo willen we het deze zomervakantie ook weer doen. Want campings zijn overal. En als het er bij aankomst tegenvalt, gaan we morgen of overmorgen gewoon weer verder, want we slaan geen haringen in de grond.

 

‘Waar gaan we naar toe?’ is de oervraag van ieder mens. Waar gaat het heen? Waar gaan we met zijn allen in deze wereld naar toe? Hoe het komt is onzeker, de bestemming is onbekend. Dat raakt aan wat Abram overkomt. Hij hoort een stem die tegen hem zegt: “Ga, ga jij, naar het land dat ik je zal wijzen.” Hij moet gaan. Weg uit zijn land, weg bij zijn familie en bij zijn naaste verwanten. En Abram gaat. Onvoorstelbaar. Waarom? Niet uit avontuur als in een vakantie of iets dergelijks. Misschien gaat hij vanuit een diepe onvrede met het bestaande. Misschien had hij wel heel sterk zoiets van: dit is het niet, het moet anders, het moet beter kunnen. Misschien raakte het wel aan zijn verlangen om zelf werkelijk opnieuw te beginnen, zonder de ballast van het verleden. Een stem roept zoiets in hem wakker. Die stem is de stem van God die de Roepende is. Omdat die stem in hem te sterk werd, ging hij. Zeker toen de stem van de Roepende eraan toevoegde: “Ik zal je tot een groot volk maken. En Ik zal jou zegenen en jij zult tot een zegen zijn.” Zegenen is goed over iemand spreken. De stem zegt dus: “Ik zal goed over je spreken en daarmee zal het goed met je gaan. En jij zult datzelfde aan anderen doen.”

 

Ik zie Abram gaan. Met Saraï. Met hun hele karavanserai, heel wat groter is dan het piepkleine caravannetje dat wij gehuurd hebben. Ze komen bij een kruispunt. Abram vraagt: “Waar gaan we naar toe? Gaan we hier rechtsaf, linksaf of rechtdoor?” Ik zie Saraï van onder haar sluier door het autoraampje naar buiten kijken. Ze kijkt naar rechts, naar links, voor en achter hen. Overal donkere wolken. Ze zucht. Samen zeggen ze: “Naar waar de Eeuwige ons wijzen wil.” Als ze aan komen in dat beloofde land, blijkt er hongersnood te zijn. Ook dat nog. Ze trekken verder naar Egypte waar Abram uit angst Saraï toevoegt aan de harem van de farao. Einde verhaal, zo zou ik zeggen. Maar de stem keert terug. En terug keren ze, opnieuw naar dat beloofde land, als mensen van de weg. Mensen van de weg, dat is in het boek Handelingen een ander woord voor christenen. Mensen van de weg, dat zijn we.


Leven is op weg zijn. Als je tevoren weet waar donkere wolken zullen losbarsten, is het kiezen van je weg niet moeilijk. Alleen weet je dat in je leven meestal niet. Trouwens: op de zonovergoten bestemming kan het morgen noodweer zijn. Het verhaal van de roeping van Abram leert je: “Ga die weg maar. Vol vertrouwen. Dat het goed komt. En als het nooit meer goed lijkt te kunnen komen? Ga dan toch maar. Want ergens ver weg klinkt een stem die bij tijden in je resoneert, dat er ook voor jou een land van melk en honing is bewaard.”

 

Aart Veldhuizen.

omhoog ^
volgende >